Posts tonen met het label lijden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lijden. Alle posts tonen

donderdag 16 februari 2012

Geen romantiek op Golgotha

Komende zondag breekt in het kerkelijk jaar alweer de Lijdenstijd aan. Een periode waarin we in de kerk in het bijzonder stil staan bij de gang van Christus naar Golgotha. Een indrukwekkende tijd, omdat we de climax overdenken van de komst van Gods Zoon op deze aarde. Tegelijkertijd vraag ik me af of deze periode ook niet omgeven is door teveel romantiek. Romantiek die de ruwheid van het kruis verbloemd.

Het trof me daarom wat ik afgelopen week las in een boekje van de Schotse predikant Horatius Bonar. Hij schreef: ‘Wij hebben de waarschuwing van Paulus vergeten om de aanlokkelijke woorden van menselijke wijsheid te vermijden. Anders kan het kruis van Christus geen kracht doen. Wij hebben zijn gedachte en mening omgekeerd en van onze preken goed bestudeerde, gepolijste en goed beredeneerde voordrachten gemaakt. Zo kunnen we het kruis vergulden en mooi maken. Zodat het niet langer afstotend is, maar onweerstaanbaar aantrekkelijk voor het vleselijke oog!’

Met name de laatste zin deed me even denken aan een kerk die ik laatst bezocht. Aan de muur achter het liturgisch centrum was een groot zilverkleurig kruis geplaatst met led-lampjes ingebouwd. Er werd mij verteld dat het er nog maar kort hing. Eerst hing er een houten kruis. Het ruwhouten kruis was in deze kerk dus vervangen door een kruis van glad metaal. Het kruis van Christus werd zo mooier voorgesteld dan dat het in werkelijkheid was.

Het boekje van Bonar is allereerst gericht aan predikanten, maar de lijn kunnen we wel doortrekken naar iedereen. We zingen wel over een ruwhouten kruis, maar beseffen we wel hoe ruw dat kruis werkelijk was? Wat het Christus heeft gekost? De zweepslagen die Zijn rug openhaalden. De bespottingen die Hij moest ondergaan. De vuistslagen in Zijn gezicht. De last van het kruis te dragen op de opengehaalde rug. De doorboring van Zijn handen en voeten door de spijkers. De ledematen die uitscheurden. In heel het lijden van Christus is geen enkel spoor van romantiek te vinden.

Misschien is het daarom goed om in de komende weken de ruwheid van het kruis meer en meer te overdenken. Opdat we steeds dieper zouden neerbuigen aan de voet van dat kruis. In verwondering over de weg die Hij wilde gaan voor zondaren.



donderdag 1 april 2010

Bij het kruis

Dwaasheid, ergernis, kracht Gods
Paulus

Ik heb op Golgotha gestaan
en zag ’t gelaat van Jezus aan,
Dien men als een ellendeling
Aan ’t kruishout hing.

Daar rees zijn lichaam angstig bloot,
Zijn oogen duistrend naar den dood,
Handen en voeten smart-gekromd,
Den mond in drogen dorst verstomd.

Is dit een Heiland naar mijn wensch,
Een veeg en afgefolterd mensch?
En kan dit zwartgeronnen bloed
Een balsem zijn voor mijn gemoed?

Toen heeft mijn ziel tot U geschreid
In groote godverlatenheid:
Heb met ons beiden medelij,
O Heer, verlos Uzelf en mij.

Toen doofdet Gij der zinnen schijn
Als lampen die niet noodig zijn.
En als een lauwe regen viel
Uw bloed in mijn verlepte ziel.

Toen zag ik, dwaze zwakkeling,
Den Heer, Die voor den hemel hing,
Die al mijn zonden en mijn smart
Leed aan zijn doodbekropen hart.

Wat wordt Uw bitterheid mij zoet!
O Heer, er daalt een honingvloed
Van liefde uit Uw gescheurde zij.
Gij dorst en derft en lenigt mij.

Ik weet, voor wien Gij sterven woudt,
Aan dit van God vervloekte hout.
Ik moest daar hangen, ziel en lijf
Der wereld tot een tijdverdrijf.

Gij wilt U geven, en Gij sterft
Voor mij, die dikwijls van U zwerft.
Maar in mijn weergekeerd gemoed
Leeft Gij, en Gij leeft mij voorgoed.

Aanzie, aanzie mijns harten rouw
En ken, die U niet kennen wou.
En gun uw fellen moordenaar
Een woord van troost, een enkel maar.

Ik weet wel, dat Gij mij bemint,
Maar ach, een ongehoorzaam kind
Zal schreien en niet zijn gerust
Eer ’t is getroost en afgekust.

Wat wordt Uw bitterheid mij zoet.
O Heer, er is een honingvloed
Voor mij, die overal U zocht
En aan het kruis U vinden mocht.

Willem de Mérode

maandag 23 maart 2009

Overdenking van Christus’ lijden en sterven

De gereformeerde gezindte en het kerkelijk jaar zijn twee onderwerpen die gemiddeld gesproken met elkaar op gespannen voet staan. We zijn uiteraard blij dat we Kerst, Pasen, Pinksteren en dergelijke kunnen gedenken, maar toch staan we er niet heel uitvoerig bij stil. We kennen wel een adventstijd, maar er is in deze adventstijd vaak weinig bezinning op de komst van Christus in het vlees. Met de passietijd is het al niet beter gesteld. Op de lijdenszondagen wordt er uiteraard wel lijdensstof behandeld, maar verder is er weinig aandacht voor het lijden en sterven van Christus.

Roomse mystiek
In de Roomse traditie speelt juist in de tijd waarin we nu leven de veertigdagentijd een belangrijke rol. Deze veertigdagentijd is bedoeld om stil te staan bij het lijden en sterven van de Heere Jezus. Niet alleen op de zondagen is daar aandacht voor, maar ook door de week komt men regelmatig bijeen om daarover na te denken. Op deze manier is het mogelijk om meerdere facetten van het lijden en sterven te overdenken.

De tijd kenmerkt zich door inkeer tot jezelf, bezinning en bidden. Door bij jezelf naar binnen te kijken, krijg je een indruk wat je als mens God hebt aangedaan. Overtreding van Zijn geboden heeft ervoor gezorgd dat Christus die Via Dolorosa moest gaan. In de bezinning worden de diverse kruiswegstaties overdacht, waarbij elke statie een onderdeel van het lijden afbeeldt. Muziek speelt in deze traditie nog een belangrijke rol, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het Stabat Mater van Pergolesi. Een schitterend muziekstuk waarbij de luisteraar als het ware naast Maria – de moeder van Jezus – wordt geplaatst. Het bidden is gericht op de aanbidding van het werk van Christus en op het delen in het werk van Hem die het heeft uitgeroepen: Het is volbracht!

Reformatorisch?
De reformatie heeft ervoor gezorgd dat de liturgie in de protestantse kerken grondig verschilde van de Roomse eredienst. De liturgie werd van alle Roomse invloeden gezuiverd en werd teruggebracht tot de kern van het christelijke geloof: Gods Woord. Christus diende het middelpunt te zijn van de prediking. Mijns inziens een terechte koerswijziging! Maar juist hier heeft de bezinning op het lijden en sterven van Christus een belangrijke plaats. Bij het christelijke leven spreekt Calvijn over de verloochening van onszelf en het kruisdragen. Hoe zouden we dat ooit kunnen als we niet kijken naar Christus die ons daarin is voorgegaan?

Toch heeft er door de eeuwen heen zich een verandering voorgedaan. De aandacht is er nog wel voor Christus in de prediking, maar de bezinning rond het lijden en sterven is min of meer naar de achtergrond verdwenen. Met enig argwaan kijken we naar linksere protestantse gemeenten waar wel aandacht wordt besteed aan de veertigdagentijd. Vaak wordt daarbij nog een beroep gedaan op de bekende predikant van Sluis, Jacobus Koelman. Deze predikant zette zich af tegen het strikt houden van het kerkelijk jaar. En de gevolgen van deze gedachtegang zijn in Zeeland op veel plaatsen nog steeds zichtbaar.

Mijns inziens is het beroep op deze predikant – en met hem vele anderen – een niet terecht beroep. Juist deze predikanten van de Nadere Reformatie hadden namelijk wel veel aandacht voor de overdenking van Christus lijden. Dat komt tot uitdrukking in de geschriften die ze uitgaven en in de preken die ze hielden. Nog belangrijker misschien komt het wel tot uitdrukking in hun gedichten. Het lijden en sterven van Christus was voor deze predikanten een zaak die dagelijks overdacht behoorde te worden.

Het zou een zegen zijn wanneer we in de gereformeerde gezindte daarom weer een hernieuwde aandacht kregen voor het werk van Christus. Hij is die weg gegaan van Gethsèmané naar Golgotha. Hij is geslagen, bespot en beschimpt om onze zonden. Zou juist die overdenking een mens niet tot inkeer moeten brengen? Zouden we dan niet met Revius uitroepen:

’t En zijn de Joden niet, Heer Jesu, die U kruisten,
Noch die verraderlijk U togen voor ’t gericht,
Noch die versmadelijk U spogen in ’t gezicht.
Noch die U knevelden en stieten u vol puisten.

’t En zijn de krijgslui niet die met haar felle vuisten
De rietstok hebben of de hamer opgelicht,
Of het vervloekte hout op Golgotha gesticht
Of over Uwen rok t’ saam dobbelden en tuisten.

Ik ben ‘t, o Heer, ik ben ’t die U dit heb gedaan
Ik ben de zware boom die U had overlaân.
Ik ben de taaie streng daarmee Gij gingt gebonden.

De nagel, en de speer, de gesel die U sloeg.
De bloedbedropen kroon die Uwen schedel droeg.
Want dit is al geschied, eilaas, om mijne zonden.