Posts tonen met het label joden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label joden. Alle posts tonen

vrijdag 20 april 2012

Een beroep op de Bijbel?

Door de eeuwen heen zijn er heel wat Joden omgebracht met een beroep op de Bijbel. In de middeleeuwen werden de kruistochten tegen Palestina daardoor gelegitimeerd. Hitler beriep zich ten tijde van de Tweede Wereldoorlog ook op de Bijbel om de Joden te vervolgen. Zij hadden immers Jezus omgebracht, zo klonk het verwijt. Judas was een Jood en de overpriesters en Schriftgeleerden ook. Dat verwijt was meer dan genoeg om haat tegen de Joden te hebben.

De geschiedenis valt niet te herschrijven. Deze dingen zijn gebeurd en kunnen niet worden hersteld. Vele doden zijn er te betreuren. Mensen die zich van geen kwaad bewust waren zijn omgebracht. Vreselijke werkelijkheid die eigenlijk met geen pen is te beschrijven. We kunnen enkel in verslagenheid stil staan bij zoveel leed. En in die stilte als christenen schuld belijden tegenover onze oudste broeder.

Tegelijkertijd moeten we wel een onderscheid maken. Het beroep op de Bijbel betekent namelijk niet automatisch dat de gehele christelijke gemeenschap zich achter dit beroep schaart. Hitler beriep zich op de Bijbel, maar tegelijkertijd kwam er vanuit de Bekennende Kirche door onder andere Bonhoeffer veel verzet. Zij verzetten zich tegen de gedachte dat de haat tegen Joden op de Bijbel was te gronden. Hetzelfde geldt voor de anti-Joodse houding van de Rooms Katholieke Kerk. Deze wordt zeker onder protestanten vaak niet gedeeld op grond van de Bijbel.

Het beroep op de Bijbel berust op een bepaalde interpretatie van de Schrift. Deze interpretatie staat niet los van de bril die je draagt. De antisemitische bril van Hitler leidde tot een interpretatie dat Joden omgebracht mochten worden. Daarbij was de vooringenomenheid leidend voor de interpretatie. Hij gebruikte andere inspiratiebronnen om de Bijbel te lezen. Ieder christen echter dient zoveel mogelijk de vooringenomenheid van zich af te zetten en proberen op neutrale wijze de Bijbel te benaderen. Zo alleen komt de Schrift zelf aan het Woord.

De Schrift eerlijk laten spreken betekent erkennen dat de Joden het beloofde zaad van Abraham zijn. Door dit uitverkoren volk is de zegen voor de wereld bereid. In Christus is die zegen tastbaar geworden. Dat dient ons dankbaar te stemmen richting God die door onze oudste broeder het heil heeft verwezenlijkt.

maandag 7 november 2011

Slachtoffer van jihad

Afgelopen zaterdag liep ik door het centrum van Utrecht op zoek naar nieuwe kleding. Terwijl ik door het drukke centrum liep, werd ik opeens aangesproken door een keurige jongeman. Hij stond samen met een aantal andere jongemannen flyers uit te delen met de titel: ‘een overeenkomstig woord’. Op de vraag of ik gelovig was, antwoordde ik bevestigend. En met het beantwoorden van die vraag was ik verwikkeld geraakt in de jihad.

Al snel begreep ik dat ik een uitgerekend slachtoffer was voor zijn flyer-actie. Deze actie was namelijk gericht op christenen en joden. Door middel van het islamitisch getuigenis probeerden ze christenen en joden over te halen tot de islam. Mijn gesprekspartner beaamde dat er veel overeenkomsten waren tussen het jodendom en christendom enerzijds en de islam anderzijds. Maar toch was er één groot verschil: De Koran is de laatste openbaring van Allah, dus deze diende het meest gehoorzaamd te worden. De verhalen in de Tenach en de Bijbel waren door de eeuwen heen gecorrumpeerd, maar waren in de Koran op de juiste wijze doorgegeven.

Nu vind ik het altijd interessant om met andersdenkenden in gesprek te gaan, dus ik stelde vanuit mijn kennis van de islam hem een aantal vragen. Die beantwoordde hij vriendelijk, maar hij stelde ondertussen ook tegenvragen. En dan besef je opeens dat het gemakkelijker is om in de triniteit te geloven, dan om het uit te leggen aan iemand die alleen op Wikipedia wat informatie over het concilie van Nicea had opgezocht. We hadden een gesprek waarin we over en weer probeerden aan te tonen dat ons geloof het ware is.

Gedurende het gesprek - dat mijn gesprekspartner omschreef als de jihad – bedacht ik mij dat ik als christen op de middelbare school wel wat kennis had opgedaan over de islam. Deze kennis was gedurende mijn theologische studie nog wel iets verder uitgediept. Maar ik kon mij niet herinneren dat ik ooit serieus een tekst uit de Koran had bestudeerd. En dat terwijl in de flyer een aantal Bijbelteksten werden geciteerd die mij ervan moesten overtuigen dat Jezus nooit Gods Zoon kon zijn. Zij hadden zich verdiept in mijn gedachtegoed om mij daarmee te kunnen bestrijden.

De jihad van afgelopen zaterdag heeft mij daarom tot de conclusie gebracht tot het hoognodig tijd werd dat ik het advies van de Utrechtse hoogleraar Gisbertus Voetius eens zou opvolgen. Hij was van mening dat theologen minimaal kennis genomen moeten hebben van de inhoud van de Koran. Daartoe zette hij zijn studenten dan ook aan om de Arabische taal te leren. Op die wijze kon men op gefundeerde wijze het gesprek aan gaan met de islam. Gelukkig vertelde mijn gesprekspartner zaterdagmiddag dat ik ook gerust een Nederlandse vertaling mocht lezen. Hij was namelijk ook nog niet verder gekomen.