maandag 1 juli 2013

Ontmoeting

Grafheuvels uit een ver verleden
omringen ons pad. De hei verraadt
aan ons, wandelend in het heden,
dat de dood ons eenzaam achterlaat.


Naast mij zie ik het leven lopen
dat stil nestelt aan mijn hart. Het laat
zich aan mijn diepste diep verknopen,
waar de herinnering nooit vergaat.

maandag 22 april 2013

Zoektocht

Tussen de stenen van de dood
dwaal ik langzaam. Ik ben op weg
naar de laatste herinnering
van ‘t gene wat ik mij ontzeg.


De lange paden loop ik door,
eenzaam zwerf ik langs de graven,
maar nergens vind ik nog een glimp
om mijzelf nog eens te laven.

zaterdag 30 maart 2013

Vrouw bij het graf

Ik zocht Hem in het lege graf
waar enkel doodse stilte heerst.
De doden hielden in hun greep
mijn twijfelend gemoed vooreerst.


Tot echo van Zijn onderwijs
klonk uit het graf mij tegemoet.
De woorden die Hij sprak tot mij
werden weer nieuw, ze smaakten zoet.


Toen werd mijn ziel opnieuw verkwikt;
ik haastte mij terug naar huis,
vertwijf’ling was verdwenen.


De dood had kort mijn hart verschrikt;
nu zag ik hoe Hij na Zijn dood
in woorden was verschenen.

woensdag 13 februari 2013

Onbarmhartigheid

                                    Spr. 12:10b

In de vermomming van het schijn
verroert zich haar tong en spreekt
haar harteloze taal. Door pijn
verwond, wat stil in stukken breekt.
Gegeven aan de haat’lijkheid,
verpletterd door haar eigen woord.
Gaat met hen in de eeuwigheid
over wie nimmer werd gehoord.

woensdag 2 januari 2013

Nieuwjaar


Gij opent mij de nieuwe dag
van ’t jaar dat mij verborgen is.
Het licht begroet me met een lach
en doet vergeten wat ik mis.
De toekomst nadert zonder schroom
en geeft me mijn bescheiden deel.
Door U loop ik als in een droom
en wandel nu op Uw fluweel.

maandag 3 september 2012

Zeezicht


Vanuit de schimmen van de mist
ontworstelt zich langzaam een schip
alsof haar komst steeds wordt betwist
door wolken vol van onbegrip.
Plots breekt een straal van helder licht
dwars door de wolkenflarden heen
waardoor mij in een helder zicht
de verre horizon verscheen.

woensdag 13 juni 2012

Groesjenka

Haar betraand gezicht ziet mij vol liefde aan;
het zijn ogen die mij weemoedig maken.
Vurige liefde doet mij weelderig staan
en doet met kracht in mij het hoogste smaken.


Haar lichaam wil ik eens de mijne wezen.
Haar hart neemt nu mij volkomen in beslag.
Toch is in mij opnieuw de angst gerezen
dat zij mij verlaten zal met hoongelach.
Nimmer is aan mij haar ware aard getoond.
Haar innerlijk is anders dan haar spreken
verdorven door haar eigen sentiment.


Haar binnenste heeft mij alrede weggehoond
met een gezicht vol liefde, uitgestreken.
In onschuld ben ik haar achternagerend.